Uitkomsten onderzoek Revalidatie en Arbeid
Effectiviteit bewezen
Conclusie van het onderzoek 'Revalidatie en arbeid, investeren voor de toekomst' is dat ‘de effectiviteit van arbeidsgerelateerde interventies op het gebied van klachten van het bewegingsapparaat is bewezen én dat de balans tussen kosten en baten positief uitslaat.’ TNO Kwaliteit van Leven voerde het onderzoek uit.
Uit het onderzoek komt naar voren dat vooral voor de grote groep mensen met klachten aan het bewegingsapparaat het positieve rendement van arbeidsgerelateerde revalidatie overtuigend in experimenten is aangetoond.
Het leidt tot minder verzuim, betere inzetbaarheid, minder uitkeringsafhankelijkheid en lagere vervolgzorgkosten.
Obstakels: schotten in financiering
Obstakels zijn alleen de schotten in de financiering. Mechteld van den Beld, directeur van het Revalidatiefonds, legt uit: ‘In eerste instantie zijn de kosten voor revalidatie voor de ziektekostenverzekeraar, terwijl de winst terecht komt bij de werkgever, de overheid en het uitkeringsorgaan. Partijen nemen daardoor een afwachtende houding aan.
Wij pleiten daarom voor een boven de partijen staand stimuleringsfonds of programma, waarin de diverse partijen bestuurlijk en financieel participeren om via het organiseren en monitoren van experimenten de noodzakelijke transparantie in kosten en baten te realiseren.’
Over arbeidsrevalidatie
Arbeidsrevalidatie is de geïntegreerde medische, psychologische, sociale en werkgerichte aanpak om het werkvermogen van mensen met een ziekte of handicap te verbeteren, met als doel hen terug te laten keren naar werk. In het onderzoek zijn twee groepen revalidanten onderscheiden:
Mensen met chronische aandoeningen/klachten die (dreigen te gaan) verzuimen of (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt zijn geworden. Mensen met (pijn)klachten van het houdings- en bewegingsapparaat, met name lage rugklachten, zijn de grootste groep (de psychische klachten buiten beschouwing gelaten).
Mensen met een acute aan doening of na een ongeval, waarbij de medisch specialistische behandeling in eerste instantie voorop staat. Hier gaat het om mensen met een dwarslaesie, niet-aangeboren hersenletsel (NAH), trauma’s of bijvoorbeeld een hartinfarct.